Maaltijd vieren
Woensdag 22 april 19.45 u. Oudercontact EHC in
Sint-Germanuskerk
Woensdag 6 mei 16 u.
tot 17.30 u.
Catechese: maaltijd vieren
Woensdag 13 mei 15 u.
oefenbijeenkomst
Vrijdag 15 mei 16
u. oefenbijeenkomst
Zaterdag 16 mei 10.30
u. EHC viering
Bijbelverhalen over eten, delen en samen zijn
Eten speelt in de Bijbel een belangrijke rol. Regelmatig lezen we dat Jezus bij mensen aan tafel gaat. Soms roept dat vragen op, bijvoorbeeld als hij te gast is bij Zachëus, een tollenaar. Eten is voor Jezus een moment om dankbaar te zijn voor het goede dat Hij van God krijgt en om dat te delen met alle mensen om hem heen. We zochten een aantal verhalen uit die laten zien hoe belangrijk eten is in het Koninkrijk van God.
Psalm 23
In deze psalm vergelijkt Koning David God met een herder. Zoals een herder voor
zijn schapen zorgt, zo zorgt God voor de mensen. Hij leidt hen met zijn stok en
zijn staf. Hij beschermt ze voor gevaar. De herder brengt ons thuis, aan Zijn
tafel. Daar is eten en drinken genoeg.
Gerrie
Huiberts maakte een prachtige bewerking van deze Psalm. Hij eindigt zo:
Ik mag in jouw huis
als ik ben gebeten
en jij dekt de tafel
ik mag bij je eten
eerst nog een
pleister
want ik heb bloed
je zalft me zachtjes
en alles komt goed
dan vul je
mijn glas
met heerlijk koel drinken
we lachen de wolf uit
en gaan lekker klinken
nooit ben ik
meer bang
dus hoor goed wat ik zeg
blijf in Gods huis
want je hoeft er nooit weg.
Zacheüs
Zacheüs is een
tollenaar. Hij werkt voor de Romeinse overheid en int belastingen. Maar Zacheüs
is niet eerlijk: hij houdt geld achter voor zichzelf. Als op een dag Jezus
in het dorp komt, klimt Zacheüs in een boom. Zo kan hij Jezus goed zien. Tot
zijn verbazing houdt Jezus stil onder zijn boom en vraagt of Hij bij Zacheüs te
gast mag zijn. Jezus wil met Zacheüs eten. De mensen mopperen, maar Zacheüs is
heel gelukkig. Hij besluit om al het geld wat hij oneerlijk heeft verkregen
terug te geven en de helft van zijn rijkdom te delen met de armen.
Het eerste
wonderteken dat Jezus doet heeft ook alles met eten te
maken. Jezus is te gast op een bruiloft, maar nog voordat het
feest is afgelopen dreigt de wijn op te raken. Jezus draagt de bedienden op om
zes vaten te vullen met water. Als de ceremoniemeester ervan proeft, is het
water veranderd in heerlijke wijn. Iedereen die het proeft is verbaasd: de
lekkerste wijn is voor het laatst bewaard. Wat een feest.
Het feestmaal van de
koning
Jezus vertelt vaak gelijkenissen om iets
duidelijk te maken over het Rijk van God. Zo vertelt Hij een verhaal over een
koning, die een groot feestmaal aanricht ter ere van de bruiloft van zijn zoon.
Hij nodigt allerlei belangrijke mensen uit, maar allemaal hebben ze een smoesje
om niet te komen. Dan vraagt de koning aan zijn bedienden om naar de straten te
gaan en iedereen die ze tegenkomen uit te nodigen voor het feest: bedelaars,
zwervers, verlamden, iedereen is welkom. Zo wordt de feestzaal gevuld met
gasten.

De verschijning bij het meer van Galilea
Na alle
gebeurtenissen rond Jezus pakken zijn vrienden hun oude werk weer op: ze gaan
vissen. De hele nacht proberen ze van alles, maar ze vangen niets.
Als
de ochtend gloort, staat er een man aan de oever van het meer. Hij roept hen
toe hun net aan de andere kant uit te gooien. Ze gehoorzamen en dan blijkt het
net zo vol met vis te zijn, dat het bijna scheurt. Dolblij springt Petrus uit
de boot: die man is Jezus!
Het laatste Avondmaal
Als Jezus voor het laatst met zijn vrienden aan tafel zit,
deelt hij het brood en heft hij de beker. Hij vraagt aan zijn vrienden om wijn
en brood te blijven delen, tot de dag dat het rijk van God zal aanbreken. Nog
steeds vieren we in de kerk de eucharistie of het Avondmaal. We denken dan aan
het sterven en opstaan van Jezus, maar we vieren ook dat we bij elkaar horen.
'Toen het stil was, nam Jezus het platte brood in zijn handen, brak het en gaf
ieder een stukje. Hij zei ‘Kijk, zo geef ik mijn leven voor de mensen als ik ga
sterven.’ Ze aten het op. ‘Zoals al deze stukjes één brood vormen, zo horen
jullie bij mij en bij God.’ Alleen doordat het gebroken werd, konden ze ieder
een stukje krijgen.'
De linnen
doeken, een paaslegende
printversie klik hier
De linnen
doeken
De christelijke feestdagen hebben schrijvers geïnspireerd tot talloze
legendes. Het verhaal 'De linnen doeken' heeft ook legendarische trekken. Het
gaat over de linnen doeken die achtergebleven waren in het lege graf (Lucas
24,12; Johannes 20,5). In hen is nog iets van het wonder van Pasen bewaard
gebleven.
Toen Jezus was gestorven, hadden zijn vrienden zijn lichaam gewikkeld in
linnen doeken. Na zijn opstanding, had Hij deze afgelegd. Ze bleven in het graf
achter. Wat is er eigenlijk met die doeken gebeurd?

Maria was
als eerste bij het open graf aangekomen. Zij had de linnen doeken gevonden en
bij zich gestoken. Geweven stoffen waren duur in die tijd. Misschien konden ze
nog eens van pas komen.
Niet lang erna ging Maria bij haar buurvrouw op bezoek. Zij had er pas weer een
kindje bij gekregen. Het lag heel stil in zijn wieg. Het lachte of huilde niet
en rilde van de kou. Maria schrok. Ze zag dat dit kind heel zwak was. De buren
waren arm en geld voor een dokter of geneesmiddelen was er niet. Het zag er
donker uit voor dit kleine kind. Maria wilde wel helpen, maar ook zij was arm.
Toen dacht ze aan de linnen doeken die ze bij Jezus' graf had gevonden. Maria
haalde ze thuis op en bracht ze naar de buurvrouw. Daarmee kon ze haar kindje
tenminste een beetje warmen. De buurvrouw was blij en wikkelde het kind in de
doeken. En toen gebeurde het. Op het moment dat de baby in de linnen doeken
werd gewikkeld, begon het te lachen. Het werd ineens levendig en sterk. Het
kind kraaide van plezier!
Niet lang
erna werden de linnen doeken gewassen en te drogen gehangen in de zon. Er kwam
een merel langs die bezig was een nest te bouwen. De merel zag dat er een paar
losse rafels aan de linnen doeken hingen en trok die eruit. Met die paar draden
vloog zij naar haar nest. Nadat haar eieren waren uitgekomen, zorgde de merel
voor haar jongen. Ze moest hen vaak even alleen laten om voedsel te zoeken. Een
sluwe roofvogel zag dat. Toen de merelmoeder even weg was, greep hij een van de
jongen met zijn gemene snavel en vloog ermee weg. Juist op dat moment keerde de
merel terug en vol woede en oorverdovend kwetterend schoot ze op de roofvogel
af. Die schrok zo dat hij het mereljong uit zijn snavel liet vallen. De
moedermerel droeg haar ernstig gewonde jong terug naar het nest. Ze wist dat
het sterven zou. Voorzichtig vleide ze haar jong neer in het nest dat zacht was
dankzij de draden van de linnen doeken. Toen gebeurde het. Op het moment dat de
kleine merel de draden aanraakte, opende het zijn oogjes, hief zijn kopje
omhoog en vroeg om voedsel. Niet lang erna spreidde het mereltje zijn vleugels
uit en vloog helemaal genezen uit.
Het
merelnest is al lang uit elkaar gevallen. De takjes en de blaadjes waarvan het
nest was gebouwd, zijn allemaal vergaan. Ook de draden van de linnen doeken
zijn vergaan. Ze vielen uiteen in hele kleine stofdeeltjes. Die werden door de
wind naar alle windstreken weggeblazen. Een zo'n stofdeeltje kwam terecht in de
slaapkamer van een meisje dat altijd rondliep met een boos gezicht. De volgende
dag herkende niemand haar meer. Ze straalde! Een ander stofdeeltje kwam neer in
een tuin waar haast niets wilde groeien. De volgende ochtend bloeiden er ineens
gele, rode, blauwe, oranje bloemen!
En weer een
ander stofdeeltje ... Kijk eens om je heen, misschien is een van die
stofdeeltjes wel bij jou in de buurt terechtgekomen.
(uit: Stephan de Jong, De gelukbrenger)
Wat betekent eucharistie pintversie klik hier
Hoe
verloopt ook alweer een eucharistie?

Lieve Wouters
Wat betekent eucharistie?
De eucharistie, ook wel de Heilige Mis genoemd, is een sacrament waarin
gelovigen de aanwezigheid van Jezus Christus ervaren door het ontvangen van het
lichaam en bloed van Christus, vertegenwoordigd in brood en wijn. Het woord
Eucharistie komt van het Griekse "eucharistia,"
wat "dankzegging" betekent. Het is een dankgebed voor Gods liefde en
offer, en een centraal moment in het katholieke geloof, waarin gelovigen
samenkomen om te bidden, te gedenken en te delen in de heilige maaltijd die
Jezus tijdens het Laatste Avondmaal instelde.
Hoe verloopt de katholieke
eucharistieviering?
Openingsritus
Kijk even om je heen.
Misschien ken je de meeste mensen in de kerk niet, maar toch vormen we een
geheel: één gemeenschap rond Jezus Christus. We zijn hier om te bidden in zijn
aanwezigheid. Om te gedenken en te herbeleven. Om te vieren hoe de ontmoeting met
Jezus ons verandert.
Het begint met een
kruisteken: we bidden in de naam van de Vader (God), de Zoon (Jezus) en de
Heilige Geest. Met de rechterhand maken we een kruis van boven naar onder en
van links naar rechts.
Gods liefde is overal: boven
mij, diep in mijn hart en overal om me heen.
Welkom!
De priester - of vandaag een
catechist of eerstecommunicant - heet je welkom. Eigenlijk net zoals wanneer je
als gast ontvangen wordt op een feest bij iemand thuis. Je mag er zijn,
helemaal zoals je bent.
Schuldbelijdenis
In de schuldbelijdenis
vragen we God om vergeving omdat we beseffen dat we fouten maken. We stellen
ons kwetsbaar op voor Hem en voor elkaar. Die houding maakt ons ontvankelijk
voor Gods liefde en daar is het ons om te doen in de eucharistie. Daarbij beamen
we luidop de drie schuldbeden met de eeuwenoude woorden uit het evangelie:
Heer,
ontferm u over ons
Christus,
ontferm u over ons
Heer,
ontferm u over ons
Het is een eeuwenoud gebed,
zo uit het evangelie geplukt. Daar smeekt onder meer de blinde
Bartimeüs (Marcus 10,46) met die
woorden om Jezus’ aandacht en helende kracht.
Eer aan God
Na de schuldbelijdenis
zingen we een loflied voor God. Ook dat is een tekst die door de traditie
gerijpt is en zoveel verwijzingen bevat dat je er een hele catechese aan kunt
koppelen. Hiermee prijzen we de Heer, de hemelse Koning, en geven dank voor Zijn
liefde.
Het loflied gaat als volgt:
Eer
aan God in den hoge
en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft. Wij loven U. Wij prijzen
en aanbidden U.
Wij verheerlijken U en zeggen U dank voor uw grote heerlijkheid.
Heer God, hemelse Koning,
God, almachtige Vader,
Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus,
Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader,
Gij, die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons.
Gij, die wegneemt de zonden der wereld, aanvaard ons gebed.
Gij, die zit aan de rechterhand van de Vader, ontferm U over ons.
Want Gij alleen zijt de Heilige.
Gij alleen de Heer.
Gij alleen de Allerhoogste: Jezus Christus,
met de Heilige Geest
in de heerlijkheid van God de Vader.
Amen.
Openingsgebed
Na een moment van stilte
bidt de priester dat God ons hart nu klaar maakt voor de liturgie van het
Woord.
Liturgie van het Woord
Twee lezingen
We luisteren naar een lezing
uit het Oude Testament en één uit de Brieven in het Nieuwe Testament. Tussendoor
wordt een lied of psalm gezongen of gereciteerd.
Evangelie
Daarna volgt de
evangelielezing door de priester. Daarvoor gaan we staan. Met de duim van de
rechterhand maken we een kruisje op het voorhoofd, de mond en het hart. Daarmee
laten we Jezus in onze gedachten, onze woorden en ons hart aanwezig zijn.
Voor en na de
evangelielezing zingen we Alleluia, een loflied uit het
Hebreeuws.
Daarna volgt de homilie,
waarin duidelijk wordt wat de woorden en daden van Jezus vandaag voor ons
betekenen.
Homilie
De priester legt uit wat de
woorden van Jezus voor ons vandaag betekenen. Dit is een moment van reflectie.
Geloofsbelijdenis
Ook de geloofsbelijdenis is
een door de traditie gerijpte tekst die wereldwijd in de katholieke
geloofsgemeenschap gekend en betekenisvol is:
Ik
geloof in God, de almachtige Vader,
Schepper van hemel en aarde.
En in Jezus Christus,
zijn enige Zoon, onze Heer;
die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria;
die geleden heeft onder Pontius Pilatus
die gekruisigd is, gestorven en begraven,
die nedergedaald is ter helle,
de derde dag verrezen uit de doden
die opgevaren is ten hemel,
en zit aan de rechterhand van God
de almachtige Vader;
vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heilige Geest,
de heilige katholieke Kerk,
de gemeenschap van de heiligen, de vergiffenis van de zonden,
de verrijzenis van het lichaam, het eeuwig leven.
Amen.
Voorbeden
We bidden voor de Kerk, voor
de wereld, voor elkaar, voor de eerstecommunicanten en hun families, voor
zieken en mensen in nood.
Liturgie van het altaar
Bereiding van de gaven
Zoals we thuis de tafel
dekken voor het feest, doen we dat ook in de eucharistie. De gaven worden
aangebracht: brood en wijn. Intussen geeft ieder tijdens de collecte ook iets
van zichzelf voor de noden van (behoeftigen in) de parochiegemeenschap.
Gebed over de gaven
De priester spreekt, vaak in
stilte, een gebed uit over de gaven.
Eucharistisch gebed
We komen bij het hart van de
eucharistieviering. Uit eerbied gaan we rechtstaan terwijl de priester zegt:
"Verheft uw hart." En wij antwoorden: "Wij zijn
met ons hart bij de Heer." We zingen het lied "Heilig, heilig,
heilig", en de priester herhaalt de woorden van Jezus: "Dit is mijn
Lichaam, dat voor jullie gegeven wordt."
Ook weer een lied uit de
rijke traditie van de eucharistie:
Heilig,
heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten!
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend Hij die komt
in de naam des Heren
Hosanna in den Hoge.
Instellingswoorden
Nu wordt het echt stil, want
de priester herhaalt de woorden die Jezus sprak bij het Laatste Avondmaal. Op
de avond voor zijn dood aan het kruis beloofde Jezus aan zijn leerlingen dat
Hij altijd aanwezig zou zijn wanneer wij in zijn naam brood en wijn zouden
breken en delen.
Neem en eet hiervan, gij
allen, want dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt. De
priester toont de hostie, die zo meteen in stukken wordt gebroken en uitgedeeld
tijdens de communie. Het is werkelijk Jezus die zich geeft aan ons. We danken
in stilte.
Daarna toont de priester ook
de beker wijn, waarin gelovigen kunnen uitgenodigd worden de hostie te doppen
tijdens de communie.
Mysterie van het geloof
Na de instellingswoorden verkondigen
we het mysterie van ons geloof. We zeggen: Heer Jezus, wij verkondigen
uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.
De priester beëindigt het
eucharistisch gebed met de woorden:
Door
Hem en met Hem en in Hem
zal uw Naam geprezen zijn,
Heer onze God, almachtige Vader,
in de eenheid van de Heilige Geest,
hier en nu en tot in eeuwigheid.
We beamen dat samen: Amen.
Communieritus
Onzevader
De communieritus begint met
het reciteren van het Onzevader. Vaak worden alle kinderen in de kerk
uitgenodigd om bij het altaar een kring te vormen en handen te geven. Samen
bidden we het gebed dat Jezus zelf overleverde:
Onze
Vader, die in de hemel zijt,
uw naam worde geheiligd.
Uw rijk kome,
uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden
zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren.
En breng ons niet in beproeving
maar verlos ons van het kwade.
[...]
Want van U is het koninkrijk
en de kracht en de heerlijkheid
in eeuwigheid.
Amen.
Vredewens
De vrede die Jezus ons
schenkt, kunnen we nu ook aan elkaar doorgeven. We schudden de mensen naast ons
de hand en wensen: Vrede.
Broodbreking
Nu breekt en verdeelt de
priester het brood of de hostie, net zoals Jezus ooit deed. Daarbij weerklinken
deze woorden:
Lam
Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld,
ontferm u over ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld,
ontferm u over ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden van de wereld,
Geef ons de vrede.
Je kent vast ook nog dit
gebed: Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek en
ik zal gezond worden. Deze zin komt uit het evangelie (Matteüs 5,8-15), waar iemand Jezus om
genezing komt vragen voor zijn slaaf. In het grote geloof van de man hoeft
Jezus daarvoor zelfs niet tot bij hem thuis te komen. Eén woord is genoeg. Laat
dit ook ons geloof zijn.
Communie
De eerstecommunicanten
hebben al lang moeten stil zitten, maar nu komt het moment waarop ze zich zo
goed hebben voorbereid. Ze leggen hun linker- in hun rechterhand. Als de
priester of communiedrager zegt: Lichaam van Christus, dan
antwoorden we: Amen.
Je neemt de hostie met je
rechterhand uit de linker- en eet hem op. Wees je ervan bewust dat dit het
Lichaam van Christus is. De communiegang kan een hele tijd duren. Ideaal om het
even stil te maken voor persoonlijk gebed.
Slot van de dienst
Zending en zegen
Na enkele mededelingen - en
op deze feestelijke dag wellicht ook enkele bedankjes en misschien een bloem
voor ouders of catechisten - volgt de zending en zegen. Die zending maakt
duidelijk dat we niet enkel op zondag in de mis christen zijn, maar dat Jezus
ons zendt in de wereld en in het dagelijkse leven. Daartoe worden we gezegend
en ontvangen we de kracht van de Heilige Geest.
De laatste woorden zijn aan
de gelovige gemeenschap: Wij danken God. En weet je hoe dat
klinkt in het Grieks? Juist, eucharistie!
De
Geest die je in de goede richting duwt
Na de dood van Jezus waren zijn
leerlingen een tijd lang erg bedroefd. Maar ook bang. Wat met Jezus gebeurd
was, kon ook met hen gebeuren. Het leek ze maar het verstandigste om zich
gedeisd te houden. Als ze niet opvielen, kon er ook niet zoveel gebeuren. Dat
was natuurlijk waar. Maar daardoor was er ook niemand die de boodschap van
Jezus verder vertelde. De leerlingen wilden dat wel, maar durfden niet. Tot op
die ene dag. Die dag dat de wind opstak en ze plotseling vurig en enthousiast
werden. Hun angst werd weggeblazen en plotseling kregen ze de geest. Dezelfde
geest die Mozes en Elia en Jezus bezielde daalde ineens ook neer op hen. En ze
begonnen te praten. Iedereen die maar wilde luisteren vertelden ze over Jezus.
En daardoor kennen wij zijn verhaal nu ook.
Achtergrond
Pinksternoveen
Op Hemelvaartsdag vieren we dat
de verrezen Jezus voorgoed uit het zicht van zijn leerlingen verdwijnt en zich
voegt bij zijn hemelse Vader. Hij vraagt hen bij elkaar te blijven en belooft
hun zijn Geest te sturen.
In de tijd tussen Hemelvaart (14 mei) en Pinksteren (24 mei) bidden wij om de
komst van die Geest.
Dit heet de Pinksternoveen. 'Noveen' betekent een ritueel van negen dagen.
Negen dagen lang een kaars aansteken en bidden om de komst van de heilige
Geest. Of op Hemelvaartsdag een noveenkaars aansteken en, dit is een gegoten
kaars in een plastic flacon die 9 dagen en nachten onafgebroken aan kan
blijven.
De
traditionele tekst van dit gebed is:
Kom,
Heilige Geest,
vervul de harten van uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Zend uw
Geest uit
en alles zal worden herschapen;
en Gij zult het aanschijn van de aarde vernieuwen.
Laat
ons bidden:
God,
Gij hebt de harten van uw gelovigen
door de verlichting van de Heilige Geest onderwezen;
geef, dat wij door die Heilige Geest
de ware wijsheid mogen bezitten
en ons altijd over zijn vertroosting verblijden.
Door
Christus onze Heer.
Amen.
Ellie
Keller